Categorie archief: Landing Soon 4

Artist in residence programma Yogyakarta

Bandung Jeans

Winder

Ik heb gefotografeerd op een plek die ik al vanuit de trein op weg naar Solo had zien liggen. Een kleine glooiing in het vlakke land waar een riviertje stroomt. Dankzij die hoogteverschillen zijn hier terrasvormige sawahs, grotendeels al geoogst en verdord, maar door de aanwezigheid van het riviertje toch met een paar mooie frisgroene akkers.

Het halve dorp was er weer voor uitgelopen, de kinderen moesten overal even aanzitten: om de stof van de vlieger te voelen en de lijn op de haspel. Toen ik er weg ging riep iemand in het Indonesisch “go home”. Ja, bijna…

Het zit er op, er liggen 35 films in de koelkast, zo’n 900 opnamen. Er hebben zich heel wat beelden in mijn hoofd genesteld waarvan ik hoop dat ik ze uiteindelijk ook ergens op de contactvellen tegen kom. Morgen nog een keer naar Imogiri om die prachtige door de wind vervormde bomen op de hoekpunten van de Sawahs te fotograferen. Het zijn net reusachtige bonsaibomen. De laatste keer dat ik er was waaide het er veel te hard om te werken.

Gisteren was in de galerie de Artist Talk. Onder matige belangstelling. Ik had wat impressies van Yogya, mijn toeristenfoto’s, bij elkaar gezet. En de foto’s van de workshop. Ook nog een serie getiteld ”wachten op wind”. Het grote voordeel van het hebben van een assistent is dat ik er een heleboel werkfoto’s bij heb. Of in dit geval: wachten op werk foto’s. Wind is hier onvoorspelbaar, de vooruitzichten zijn nog steeds hetzelfde: het is warm en de zon schijnt en over twee weken gaat het regenen.

‘s Avonds hebben we gezeten op een tapijtje vlakbij de Alun Alun onder een Ficus Benjamin een schotel Bakmi Ajam gegeten. Volle maan, voor de derde keer. Straatmuzikanten met gitaar komen erbij zitten om een liedje te zingen.

Mijn spijkerbroeken zijn volledig vergaan in deze drie maanden. Zon en zweet. Opengescheurde knieen en een versleten zitvlak. Mijn maat is hier in de winkel niet te vinden maar er zijn kleermakers waar je de spijkerstof kan uitzoeken en een broek op maat kan laten maken. Duurt twee dagen. Ik heb nu een nieuwe Bandung Jeans spijkerbroek, op maat! Kosten omgerekend 9 euro. En ik kan netjes thuiskomen…

Advertenties

Solo

Zaterdag met een hele delegatie vanuit Yogyakarta naar Solo (ook wel bekend als Surakarta) voor een lezing op de campus van de plaatselijke universiteit. Vroeg op want we gingen per trein en die rijden 1 keer per twee uur. Afstand is ongeveer 80 kilometer, en de kaartjes kosten omgerekend 70 cent. Enkeltjes dat wel. Een heel mooi kartonnen kaartje, zoals wij die vroeger ook hadden, met een gaatje in het midden. De conducteur heeft er een halve cirkel uit geknipt.

Het landschap is vanuit de trein veel meer open. Weinig mensen willen natuurlijk vlak naast die rails wonen. Mooie landschappen gezien onderweg. Veel tabaksteelt. Prima catering aan boord, ik heb een dichtgevouwen bananenblad met rijst en tempeh als ontbijt genomen.

De lezing was verder aardig, ongeveer 50 mensen in een veel te grote zaal. Microfoons en een beamer. Ik sprak in het engels maar dat moest tussendoor ook vertaald worden  Dat werd een lange zit. Er kwamen na afloop een paar goede vragen en ik kon met twee witgehoofddoekte moslimas mee voor een interview in het universiteitsblaadje.

Zondag kreeg ik een sms van Didik, de chauffeur: de wedstrijd PSV-Feyenoord was rechtstreeks op TV. Vorige week had ie zitten kijken naar Feyenoord tegen Almelo, ook rechtstreeks hier uitgezonden.

Ik met de fiets naar het station waar een heel groot scherm als een reclamezuil op een druk verkeersplein staat. Op de stoep en naast de weg staat het vol met mensen die naar de wedstrijd aan het kijken zijn. Een soort drive in bioscoop voor motorrijders. Helaas geen Feyenoord…..maar Engels voetbal.

Op de weg terug zijn er een trits van illegale dvd kraampjes. Een plastic enveloppe en een keurige repro van de originele dvd hoes. Heb ik Die Hard 4 gekocht voor 8000 roepiah. 80 cent voor een complete speelfilm. Was nog een goede film ook!

De eerste Residence fiets is compleet uit elkaar gerammeld. Krenken los, trappers er af. Waardeloos chinees oud metaal. Ik heb nu een mountainbike met een extra lange zadelpin. Met wind mee haal ik af en toe al een scooter in. Als ik ergens af stap sta ik wel te zweten als een otter. Laatst hoorde ik “Joop Zoetemelk!!”. Duurde even voor het tot me doordrong.

Vandaag was ik op de flanken van de Merapi. Vorig jaar kwam daar een lavastroom naar beneden die een compleet dorp overspoelde. Er zijn toen twee mensen omgekomen omdat ze gingen schuilen in een speciaal daarvoor gebouwde bunker. Bleek achteraf toch niet tegen de hitte bestand….

Als het helder is heb je er een landschap in de wolken bij. Indrukwekkend gezicht die 2000 meter hoge berg met rookpluim. Zeker in dit overwegend vlakke land.

Vandaag hoorden we een rommelend geluid, als een donderslag. Volgens Didik was het de Merapi. Angstaanjagend.

Vlakbij het dorpje waar wij waren woont ook de bewaker van de Merapi. Dat is dus die man op de foto’s in batik overhemd.  Hij is aangesteld door de sultan in Yogya om over de Merapi te waken. Als er een uitbarsting komt is hij de enige die niet uit z’n huis mag komen. Bij de laatste uitbarsting hield de lavastroom vlak voor zijn huisje op.

Idul Fitri

Vorige week ging ik zwemmen in het Winotosastro hotel. Je kan er een kaartje kopen alleen voor het zwemmen, en het is het beste zwembad wat ik hier in de buurt heb kunnen ontdekken. Meestal ben ik er alleen. Vorige week kwamen er twee dames richting de kleedhokjes. Veel gegiechel . Toen ze er uitkwamen waren ze volledig aangekleed: strakke T-shirtjes en dito leggings. Daaroverheen een sexy string-badpak. Ik lag op de kant een boek te lezen. Ze gingen te water en bleven zo’n beetje aan de overkant van het zwembad liggen bakvissen aan de rand. Na een poosje besloot ik een frisse duik te nemen en op het moment dat ik er in dook kwamen de dames er uit…..En toen ik er zelf weer uitging maakten de dames weer water, mij ondertussen angstvallig in de gaten houdend. Ik dacht eerst nog dat het misschien toeval was en dus ging ik er na een minuut of 5 weer in om de proef op de som te nemen: precies hetzelfde gebeurde.

Eergisteren hadden we hier in de studio de Durian party. Helaas zonder Durian, want die was nergens te krijgen. Zelfs niet in de meest exclusieve supermarkten, waar toch heel wat Thaise importvruchten te vinden waren. Volgens de reisgids: de Durian ruikt soms zo slecht dat ie in veel gevallen wordt verboden in hotels en op luchthavens. Als je echter een beetje gewend raakt aan de geur zal de smaak je aangenaam verrassen (net als met sommige kazen) Helaas dus, we moesten het doen met ander exotisch fruit, waaronder Dragon Fruit, ( van een langbladige cactusplant) Snake Fruit, Monkey Fruit en Star Fruit. Ik had in het Belgisch cafe Via Via een fles chianti gekocht. Ook dat is bijna nergens te krijgen, behalve in de toeristencafés of in de betere hotels. Goedkoop is het zeker niet!

De dames hier waren ondertussen druk bezig met het verpakken en adresseren van de poster voor de tentoonstelling Landing Soon #4. De poster ziet er mooi uit en het is tevens een goede herinnering om nu zo’n beetje met de afronding van het werk voor de tentoonstelling te beginnen. Vanaf 23 oktober hier in de Cemeti Gallery!

Het einde van de Ramadan is in zicht. Vannacht was er groot feest in de stad. Idul Fitri. Een feestelijke optocht van drumbands, dans en zang. Het houdt het midden tussen een processie en een karnavalsoptocht. Lampionnetjes, papieren boten, draken en auto’s worden meegedragen in de stoet. Ik zag er ook een reusachtige Micky Mouse met lichtgevende ogen tussen. Vanmorgen vroeg was er een groots gebed op de Alun Alun.

Vanavond wordt er nog een keer feest gevierd want er zijn twee verschillende moslimgemeenschappen waarvan de een Idul Fitri op 12 en de andere op 13 oktober viert. Ze konden het samen niet eens worden over de datum, die te maken heeft met de eerste nieuwe maan. En dan te bedenken dat de Grieken 2500 jaar geleden al een zonsverduistering konden voorspellen. Waarschijnlijk houden ze hier gewoon wel van een feestje…

Bromo

Vanuit Probolinggo omhoog naar de Bromo. Eerst kom je langs mango kwekerijen, dé vrucht van de streek. Ze zien er groen en daardoor onrijp uit maar ze smaken prima. Langs de weg worden ze verkocht op kunstig gemaakte pyramides. Hogerop worden de flanken steiler. Hier worden weer aardappelen gekweekt. Soms is het landschap een vlechtwerk van terrassen. Water is schaars, het wordt uit de bijna droge rivierbeddingen naar de hoger gelegen akkers gepompt. Daar laat men het eenvoudig met een slang weglopen. Er komen mooie natte cirkels in de droge aarde.

De Bromo vulkaan ligt op 2300 meter hoogte. De boeren hebben hier bivakmutsen op als ze aan het werk zijn. En een extra sarong. Komend vanuit dit boerenland is daar plotseling de Bromovallei; een lege grijszwarte zandvlakte met daarin twee vulkanen: de Bromo met rookpluim en de Batok daarnaast. Als druipkaarsen staan ze daar in die vlakte.

Je kunt een paard huren of een landrover, maar je kan er ook gewoon naar toe wandelen. Ik besloot met Antok het laatste te doen. Halverwege was Antok ineens heel moe. Hij wilde niet meer verder en bleef in het zand zitten. Nog geen halfuur wandelen van de kraterrand verwijderd….Je wilt toch over die rand in dat pannetje kijken? Alleen verder dus, een heleboel treden en dan sta je op de rand en kijk je in de krater. Af en toe waait er een dikke zwaveldamp over de rand. Na al dat klimmen moet je echt gecontroleerd door je neus ademen anders sta je daar te kokhalzen.

Ik sta daar samen met een souvenir verkoper, hij wil dat ik een bosje “edelweiss” koop om over de rand van de vulkaan te gooien. Als een offer. Ik probeer hem duidelijk te maken dat er naar mijn mening al genoeg troep zo vlak over de rand ligt: lege flessen, plastic zakken en blikjes. Er komen hier duidelijk meer mensen.

Eens per jaar is hier een offerfeest om de vulkaan te temmen. Dan gaan er kippen, fruit en andere etenswaar over de rand van de vulkaan.

De bevolking is hier hindu,  rond de Bromo zijn de laatste hindu nederzettingen op Java. Na de komst van de moslims zo’n 500 jaar geleden, zijn de hindu naar deze afgelegen streek gevlucht of hebben de oversteek naar Bali gemaakt. In de zandvlakte voor de Batok ligt een grote hindu tempel als een verlaten schoolplein.

De volgende dag gaan we met een landrover door de krater naar een uitzichtpunt op een hoge bergtop. Tegen zonsopgang komen we er aan. Er is een houten tribune gebouwd van waaruit je de eerste zonnestralen op de Bromo kan zien vallen. Het lijkt wel een voetbalwedstrijd, maar het uitzicht is geweldig. Een echt fotopoint. Er loopt zelfs iemand rond die verse batterijen verkoopt. Ver achter de Bromo zie je de Semeru vulkaan. De hoogste vulkaan van Java, dik 3600 meter. Die laat elk half uur een rookpluimpje los.

Met de landrover gaan we verder richting Malang. Malang was ooit een koloniale stad, ontworpen door de Nederlanders. Een protestante kerk (inmiddels klemgezet door McDonalds) en restaurant Oen, waar je nog steeds een uitsmijter ham kaas kan bestellen. Er is ook een brede straat waar veel koloniale huizen staan. Grote bungalows die niet zouden misstaan in Wassenaar of Bilthoven.

In Malang nemen we de trein terug naar Yogya, zeven uur in de diesel.

Probolinggo

Probolinggo is een kleine havenstad aan de voet van de Bromo. De taxi bracht ons, assistent Antok en ik, naar het hotel Bromo View. Een prachtig hotel met uitzicht op de provinciale weg. Kamers met airco en warme! douche. Dat wordt lekker slapen dacht ik. Helaas lag er ruim binnen gehoorsafstand een moskee. Men vond het er nodig via de megafooninstallatie de volledige koran te lezen. Dat begon rond zes uur ’s avonds en ging door tot zonsopgang, met inzet van verschillende voorlees ouders. Heel gebruikelijk op oost Java tijdens de Ramadan. Die hele korantekst is in het Arabisch en wordt opeen zangerige manier gelezen waardoor je in een soort trance zou moeten komen. Onverstaanbaar is het in feite voor iedereen en je slaapt er zeker niet beter van.

De kuststreek rond Probolinggo is volledig anders als hier bij Parangtritis, het dichtbij Yogya gelegen strand. Een lauw zeetje zonder al teveel golfslag. Er staan her en der mangroves op hun wijd uitstaande wortelstokken. Met kleine houten windmolentjes wordt zeewater naar vlakke akkers gepompt. Zoutwinning. Het water verdampt onder de zon, het zout blijft achter en  wordt met een soort ijsbaanvegers naar de zijkant van de akkers geschoven. Daar wordt het in zakken geladen en achterop de fiets via de smalle paadjes vervoerd.

Het waait er stevig, Australische wind volgens de chauffeur.

Achter de zoutwinning begint weer de sawah. Men was er op een akker met een man of twintig bezig met de oogst. Gaat volledig mechanisch. Door een met ketting en trappers aangedreven machine wordt de rijst van het koren gescheiden. Als de rijst van het land is komt er een man met een paar honderd strontbruine eenden het veld op. Hij heeft een bamboestok met een vlaggetje bij zich om de hele troep bij elkaar te houden.

Ik liep achter zo’n eendenhoeder aan over een zandweggetje. Een grote stofwolk waait onder die eenden door want ze stampen verschrikkelijk met die platvoeten.

Ondertussen hier in Yogya met de hengel op stap geweest. Fotovissen. Er zijn nog steeds wat technische mankementen, mijn blote voeten met sandalen hangen steeds ergens onder in beeld. Ik heb wat foto’s gemaakt van de rijst kweekveldjes. Frisgroene dekens. Het gaat me om de vorm van die veldjes na het verspenen. Helaas wordt er meestal hard doorgewerkt en zijn de veldjes verdwenen nadat de boeren zijn vertrokken.

Surabaya-Siduarjo

Surabaya, het klinkt als een lieflijk dorpje aan zee onder klapperbomen. Komt waarschijnlijk door de liedjes van Wieteke van Dort, of de liedjes die mijn moeder zingt. Sentiment maakt de dingen mooier. In feite is het een verstikkende miljoenenstad, met een grote haven, veel industrie daaromheen en een zakencentrum van moderne gebouwen.

Ongemerkt rij je vanuit Surabaya de volgende stad binnen: Sidoarjo.

2006 was een rampjaar voor Indonesië: een tsunami trof Atjeh, een zware aardbeving Yogyakarta én een modderstroom Sidoarjo.

Een olieboring heeft er een giftige zwavelhoudende hete modderstroom op gang gebracht. Men heeft geprobeerd de zaak met cement te dichten maar zonder resultaat. Die modder stroomt sinds mei 2006 onafgebroken omhoog en heeft al 12.000 mensen uit hun huizen verjaagd. Compleet overspoeld door de modder.

Als ik via een dijkje dichterbij de dampende modderstroom probeer te komen wordt ik door een militair tegengehouden. Volgens hem is het hier te gevaarlijk door de giftige damp. Zelf staat hij er een kretek bij te roken.

Met draglines en zandzakken wordt een soort dam rond de modder opgeworpen. Een slechte imitatie van een kraterwand. Via een pijpleiding stort men de dampende modder in een nabijgelegen rivier waar het opdroogt tot een dikke koek in de zon gebakken klei.

Er lopen mensen rond, waarschijnlijk de ex-bewoners van de half afgebroken huizen, die cd’s en dvd’s verkopen aan ramptoeristen zoals ik. Daarop een fotoverslag van de ramp tot nu toe. Een wetenschapper verteld dat de modderstroom na een jaar kan stoppen maar dat het zo ook wel 100 jaar door kan gaan…Enfin, voor mij niet de aangewezen plek om een vrolijk gekleurd vliegertje op te laten. Al is het natuurlijk wel makkelijk dakpannen verzamelen als je hele dorp onder water staat.

In de taxi met een vastende chauffeur langs de rivier doorgereden naar de kust. Af en toe uitgestapt om te kijken of de rivier ook vervuilde modder meeneemt. Maar niets, die modder ligt muurvast naast de rampplek lijkt het wel. De weg hobbelt verschrikkelijk en houdt op waar een smal zandpad begint voor de laatste twee kilometer naar zee.

Door hoge dijken omgeven liggen daar vis en garnalenkwekerijen. Luilekkerland voor ijsvogels en reigers. Kleine krabben met één felrode schaar schieten weg in de modder als ik langs loop. Ook hier weer zijn mensen bezig algen uit het water te scheppen. Twee man in het water en een klein bootje wat wordt volgeladen. Het is ook voor mij een goede plek om te werken.

De chauffeur begint op de terugweg steeds bleker te worden.

Een rijbewijs haal je hier in Indonesië door het afleggen van een ééndaagse praktijkcursus en het betalen van een flinke hoeveelheid geld. Wellicht werd het tijd voor een portie saté kambing, hij rijdt bijna een overstekende geit onder de wielen.

Techniek

Na al dat heen en weer geren over het Plateau van Dieng, tussen de zwavelbronnen door, blijkt er een knop van mijn afstandsbediening te zijn verschoven. Daardoor heb ik de laatste dagen allerlei foto’s ad random gemaakt en is de film er letterlijk doorheen gevlogen. Dus in plaats van in een sessie van twee uur heb ik nu in een kwartier mijn hele film verbruikt. En ik maar tot zonsondergang door fotograferen… ( door denken te fotograferen ) Balen.

Het goede nieuws is dat het probleem is opgelost.

Aan het einde van mijn werkperiode is een tentoonstelling ingepland. Ik zal dus toch iets tastbaars moeten produceren want ik kan moeilijk volstaan met een stapeling gele Kodak doosjes gevuld met belichtte film. Ik heb een adres gevonden waar ze negatieven kunnen scannen en ga dus toch maar beginnen met het ontwikkelen van tenminste één film. Hopelijk resulteert dat in een goede foto van een Sawah die ik tot flinke proporties kan laten uitvergroten.

Die foto wil ik dan combineren met kleine, digitale, foto’s van de kweekveldjes met jonge rijstplantjes die je her en der tegenkomt. Die veldjes zijn niet veel groter dan twee bij drie meter en omdat de plantjes daar heel dicht op elkaar staan van een onwaarschijnlijk verzadigde frisgroene kleur. Daar komt bij dat er geregeld jonge plantjes worden verspeend zodat die rechthoekige eilandjes op een soort puzzelstukjes gaan lijken.

De workshop met de kinderen hier in Yogya was leuk. Zo aan het begin van de Ramadan was het voetbalveld inderdaad volledig uitgestorven. We konden het hele veld over. Dat was ook wel nodig om de vlieger tussen de bebouwing de lucht in te krijgen. Met een digitale kamera hebben we foto’s gemaakt in de namiddagzon. Kijk het lijkt wel een verjaardagsslinger.

De vlieger terug opwinden hoefde ik zelf niet te doen. Er had zich een vrijwilliger tussen de toeschouwers gemeld, vervaarlijk uitziend met een vliegenierspet en twee dolkachtige messen aan zijn riem. Hij draaide de hele boel soepeltjes naar binnen. En wees ondertussen met zijn duim naar z’n mond. Na afloop wilde hij wel een bekertje water.   

Nog even een bericht over de beesten rondom en in de Cemeti Studio:

’s Avonds komen er Tjiktjaks op de spaarlampen af. Ze verzamelen er muggen. Vooral bij de voordeur onder het afdakje kunnen er wel een stuk of zes gezellig rondom die spaarlamp aan het plafond hangen. Verder is er een Gecko in huis, slechts een keer gezien maar verder elke avond roepend: Gecko! Of eerder èeoo. Soms lopen er een paar kakkerlakken heen en weer tussen de badkamer en de keuken en zijn er heel veel mieren in allerlei soorten en maten (de meeste buiten) en huismussen (de échte Hollandse huismus)