Gerco in Friesland

660_large_011Werf van Workum 80×80 cm. 2009 (editie van 5)

Gerco in Friesland

Door Peter Delpeut

‘Toeval is de beste filmregisseur.’ Dat is een beroemd adagium van de Franse filmcriticus André Bazin. Het lijkt aantrekkelijk om dit devies toe te passen op het werk van Gerco. Je krijgt dan: ‘Toeval is de beste fotograaf.’

Het valt moeilijk te ontkennen dat Gerco in zijn fotowerk een groot vertrouwen stelt in het toeval. Hij laat een vlieger op, hangt er een fototoestel onder, drukt op een knopje zonder door de zoeker te kunnen kijken, en voila!, er is een foto.

En wat voor foto’s: verbazingwekkende beelden van de wereld waar we dagelijks op staan, maar zoals we die plat op onze voeten nooit waarnemen. Het is het standpunt – al zou ‘hangpunt’ in dit geval een beter woord zijn – van de vogel die loodrecht naar benenden kijkt.

En roerloos stil hangt.

Want het zijn stille foto’s die dit toeval oplevert, een beetje angstaanjagend stil soms, alsof alle geluid van de wereld eruit is weggezogen.

Klaarblijkelijk wordt de wereld stil vanuit een vlieger, verliest het de geluiden van alledag, zoals het ook de vormen van alledag verliest. Vanuit een vlieger wordt de wereld namelijk abstract, bewijzen de foto’s van Gerco. Vanuit een vlieger naar de wereld kijken, misschien was dat wel de ultieme droom van Piet Mondriaan: hij probeerde met verf wat Gerco met zijn vlieger zomaar cadeau krijgt.

‘Iets cadeau krijgen.’ Dat is een kwalificatie die in de kunst al snel om kan slaan in kritiek. ‘Ja, als het zo gemakkelijk gaat, is het dan nog wel kunst?’ is dan de gedachte. De kunstenaar moet immers zwoegen, ploeteren, in armoede op een zolderkamertje naar het hogere reiken, en zeker niets cadeau krijgen.

Het heeft ook iets van de reactie die je vaak op het eerste gezicht joviale, maar ten diepste verongelijkte types over de moderne kunst hoort debiteren: ‘Dat kan mijn dochtertje van vijf ook.’

Nu weet ik van Juul, de dochter van Gerco, dat ze ook wel eens op het knopje heeft mogen drukken. Of een van die foto’s ook ooit een galerie of museummuur heeft gehaald, weet ik niet, dat moet ik Gerco nog eens vragen.

Wat ik wel weet, is dat ik ook een keer op het knopje heb mogen drukken toen de vlieger van Gerco boven een mooi Zeeuws aardappelveldje hing. Ik dirigeerde Gerco met zijn vlieger precies naar de plaats waar ik hem wilde hebben. Ik keek voor me uit, nog eens omhoog om de plaats van de vlieger te beoordelen, vroeg hem nog een metertje naar links te gaan om zo de voren van het zojuist geploegde land nog mooier in het kader te krijgen, en ‘ja’ riep ik, ‘nu’ en ik drukte af.

‘Daar zou Gerco nog van versteld staan,’dacht ik in de auto terug naar huis. ‘Die Delpeut gaat een dagje mee vliegeren en komt meteen met de allermooiste De Ruijter-foto thuis.’

Gerco was niet de lulligste. Al de volgende dag stuurde hij per e-mail mijn foto op. U zult het wel al vermoeden: Het was een foto van niks. Flauw, zonder spanning, te bedacht, saai.

Had ik het toeval te weinig kans gegeven?

Niet helemaal, want Gerco had van hetzelfde aardappelveldje ook een foto gemaakt, en daar was beduidend meer op te beleven dan op de mijne. Hij was wel wat minder zelfverzekerd geweest dan ik toen hij zijn vlieger boven het veldje probeerde te positioneren. Dubbend en turend was hij langs het veldje gelopen. Vooral ook naar plekken, zo vond ik, waar volgens mij weinig te halen viel. Uiteindelijk drukte ook hij af. Een beetje onzeker. ‘Njaaaa, misschien is het wat Peter,’en hij mompelde iets over wilde paarden die over het veldje hadden gerend, en de afdrukken van voetstappen van de boer.

Ik weet nog goed dat ik die afdrukken van de voetstappen juist storend had gevonden. Dat zou vast de enige smet op mijn prachtige eigen foto worden.

In de foto van Gerco waren het nu juist die onregelmatigheden die zijn foto spanning gaven.

Toen ik onze foto’s nog eens vergeleek moest ik denken aan ‘Lucky Ajax’. Toen Ajax nog een echte topploeg was, werd dat vaak gezegd als het elftal weer eens in de laatste minuut een wedstrijd had gewonnen. De kenners fronsten dan hun wenkbrauwen en legden uit dat dit geen ‘geluk’ was, maar pure klasse. Ajax was zo goed, dat de tegenstander aan het eind van de wedstrijd zo tureluur was dat die goal uiteindelijk wel móest vallen.

‘Geluk dwing je af,’ zeg maar.

Alleen wie goed is, zijn metier tot in de puntjes beheerst, precies weet wat hij doet, alleen diegene krijgt cadeautjes. Ook in de kunst.

De cadeautjes in de foto’s van Gerco zijn dus niks anders dan afgedwongen geluk. In zijn eentje is hij het ‘Lucky Ajax’ van de kunst.

Maar wat moet zo’n kunstenaar met een opdracht als die van Atelier Fryslân, waarin willekeurige omstanders die misschien veel van Friesland weten, maar weinig van kunst, zomaar plekjes kunnen voordragen voor een vliegerfoto van Gerco. Is dat niet tot mislukken gedoemd?

U hoeft hier maar rond te kijken om te beseffen dat er iets heel gelukkigs is gebeurd. De wanden hangen vol met echte de Ruijters. Net als het grote Ajax heeft Gerco de wedstrijd gewoon naar zijn hand gezet. ‘Ga uit van je eigen kwaliteiten,’ zeggen voetbaltrainers dan.

Dat heeft Gerco zeker gedaan, maar toch niet helemaal.

Ik denk dat zonder deze opdracht, en zonder de voorstellen van de inzenders, Gerco zich met zijn vlieger nooit in de buurt van de Werf van Workum of de Steenfabriek van Oostrum zou hebben gewaagd.

En zie, het levert twee juweeltjes van foto’s op.

De werf heeft de abstractie van een Jan Weissenbruch, de 19e –eeuwse schilder van de Haagse school. Alleen vanuit een volstrekt onverwacht standpunt. En de steenfabriek doet denken aan het beste werk van Bernd en Hilla Becher, de twee Duitse fotografen die als klinische archeologen industrieel erfgoed hebben vereeuwigd. Alleen opnieuw vanuit een volstrekt onverwacht standpunt.

Die twee foto’s zouden Gerco zomaar kunnen uitdagen om ook als hij zogenaamd ‘autonoom’ en voor zichzelf op pad gaat, zijn vlieger op andere plaatsen op te laten dan hij tot nu toe deed.

Dat zijn het soort cadeautjes die het toeval van een opdracht opleveren. Gerco heeft gezien dat hij die gelukjes, hem zomaar in de schoot geworpen door Atelier Fryslân en de inzenders van de wedstrijd, moest koesteren.

Wat voor mij het bewijs is dat kunst en opdracht heel vruchtbaar kan zijn, niet alleen voor de opdrachtgever, maar ook voor de kunstenaar.

Het leverde twee onverwachte, maar rasechte vliegerfoto’s van De Ruijter op. Van die foto’s waarover we over tien jaar zomaar zouden kunnen zeggen: ‘Toen veranderde er iets in zijn werk, sloeg hij een nieuwe weg in.’

Niet dat dat nodig is. Ik vind ze sowieso al twee mooie cadeaus in een prachtig oeuvre.

Als liefhebber van het werk van Gerco zeg ik dan: ‘Atelier Fryslân, hartelijk dank.’

Deze tekst werd door Peter Delpeut voorgedragen tijdens de presentatie van het boek Toevallig Landschap.

Steenfabriek bij Oostrum 80×80 cm. 2009 (editie van 5)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s